De oude begraafplaats van Huizen 
1 Korinthe 15 vers 26: voor de dood zijn wij allen gelijk.

Wie per fiets vanaf de hoogte van de Naarderstraat het kruispunt met de Karel Doormanlaan oversteekt en dan verder afdaalt richting het oude dorp, rijdt langs de fraai gemetselde lange muur van de oude begraafplaats en ziet voor zich uit, “op vijf voor twaalf”, de toren van de Oude Kerk en de kerk zelf, – hét landmark van Huizen. De toren op het westen, het koor georiënteerd op het oosten, richting opgaande zon.

Bijna niemand is er zich van bewust dat de oude begraafplaats níet de eerste begraafplaats is. De oorspronkelijke begraafplaats is de oude kerk zelf en haar directe omgeving. Vanaf de bouw van de kerk, laten we zeggen de 15e eeuw, konden belangrijke welgestelde dorpelingen in de kerk zelf worden begraven en anderen op het ‘kerkhof’, dus direct rondom de kerk. Deze hof werd afgeschermd door een muur; het meeste ervan staat er nog op de rand van de terp waar de oude kerk op staat. De zerken in de kerk zijn in de 20e eeuw onder de planken van een houten dekvloer verdwenen … ter wille van warmere voeten. Het oude kerkhof rondom de kerk is in het begin van de 20e eeuw eveneens onzichtbaar geworden door het toen rigoreus ruimen van de nog overgebleven graven, en vervolgens door het asfalteren van de vrijgekomen ruimte.

Als je –nog steeds per fiets- freewheelt langs de muur van de “oude” begraafplaats en staande op je pedalen eroverheen kijkt, zie je dus de twééde begraafplaats van het dorp Huizen – met dat opvallende lege veld pal achter de muur. Deze begraafplaats werd in 1828 in gebruik genomen. Eerst had de Franse wetgeving onder Napoleon in 1810 het lucratieve, maar onhygiënische begraven in kerken binnen de bebouwde kom verboden. Koning Willem I werkte dit verbod verder definitief uit. En zo moest de gemeente Huizen een stuk landbouwgrond van de Huizer eng aankopen om daar, net buiten de bebouwde kom en op loopafstand van de kerk, een begraafplaats te vestigen.

In die tijd leefden veel Huizers van de visserij en werden daar begraven. Vandaar dat deze begraafplaats ook in de volksmond het ‘visserskerkhof’ is gaan heten. De begraafplaats strekte zich oorspronkelijk veel verder uit dan nu. Maar het besluit in 1940 om juist daar een nieuw gemeentehuis (nu een notariskantoor) te bouwen leidde tot een halvering van de begraafruimte. En dus moest in 1953 een nieuwe begraafplaats worden gesticht, de derde, die boven aan de Naarderstraat werd ingericht.

Sla je op het Prins Bernhardplein, na het oorlogsmonument, direct rechtsaf , dan kun je daar de ingang vinden met op het hek een bordje van de oorlogsgravenstichting. Een kleine aula, voorzien van een raam met Davidsster, werd pas later gebouwd en beneemt je het eerste gezicht op de ruimte. Deze is strak ingedeeld: één hoofdpad, een paar dwarspaden. Geen opsmuk, geen rondlopende paadjes noch hoog groen en ‘liberale’ monumenten. Nu kun je ook opmerken, wat je ook al over de muur heenkijkend zag, dat vrijwel alle graven –net zoals de oude kerk- georiënteerd zijn: de doden liggen met hun voeten en dus met hun gezicht naar het oosten, “Christus tegemoet”. Op de jongste dag zullen de graven geopend worden en treden de doden Christus tegemoet. Tenslotte zie je, vooral rechts achterin, het meest opvallende kenmerk: een bijna leeg grafveld, alleen voorzien van paaltjes met nummers. Al deze kenmerken houden verband met het christelijk geloof van Calvinistische snit: voor de dood is iedereen gelijk en zodra je sterft, is het oordeel reeds geveld. Er was dus geen gebed of lijkrede nodig, geen aula, geen romantiek, geen monumenten, zelfs geen naam – behalve natuurlijk in het begraafregister (nu in het streekarchief te Naarden) dat via de paaltjesnummers leidt naar de namen van de begraven Huizers. Maar nu nog kun je zien en horen wanneer een Huizer wordt begraven vanuit de Oude Kerk of de Verrijzeniskerk: een lange stoet loopt naar de begraafplaats (de tweede of de derde), terwijl de zware doodsklok wordt geluid totdat iedereen aan het graf staat.

Het lege grafveld is uniek in Nederland. Alleen op Marken is nog zo’n paaltjeskerkhof, maar daar zónder de 168 (!) graven voor onbepaalde tijd zoals in Huizen (voor ‘eeuwig’ kon natuurlijk niet!). De opmerkelijk gave dodenakker van ons dorp toont door zijn leegte de onversneden, calvinistische opvatting over de dood en weerspiegelt vooral het historische Huizen van de 19e en 20e eeuw, dat bij het ‘beluiden van een overledene’* overigens nog steeds tot op heden door blijkt te bestaan.

Een duidelijke grafplattegrond van de oude begraafplaats is te vinden op de website van de gemeente.

Geschreven door Ruud Hehenkamp,- met dank aan Jan Veerman!

 

 

 

 

 

 

 

 

*) beluiden van een overledene: tijdens de begrafenis van een overledene kan men de klok van de Oude Kerk laten luiden.

Geef een reactie